De meting van de
binnendiameter (d1) wordt bij voorkeur uitgevoerd met behulp
van
een meetkegel. Bij O-ringen met een binnendiameter groter dan 250 mm
is een circometer een toereikend meetmiddel. De kleinere O-Ringen
(minder dan 1 mm binnendiameter) worden gemeten onder een
microscoop.
De O-ring dikte wordt met een schuifmaat gemeten
.
Aanwijzingen met betrekking tot kwaliteitsbewaking (meetmiddelen,
werkwijze)
Afwijkingen ten aanzien van vorm en oppervlakte.
Dichtomatik streeft door overleg met klanten en producenten actief
naar een perfecte productkwaliteit. De DIN-norn 3771 probeert een
balans te vinden tussen een economische fabricage en acceptabele
soorten fouten. In deel 4 beschrijft de DIN-norm 3771 soorten fouten
en onderscheidt toelaatbare afwijkingen ten aanzien van vorm en
oppervlakte volgens de kenmerken N en S. Het verschil van beide
soorten bestaat uit de grootte van de
toelaatbare fouten. De
kwaliteitsnormen van Dichtomatik voor standaard O-ringen zijn gelijk
aan de DIN-norn 3771- 4 kenmerk N. Ook afwijkende technische
specificaties zijn mogelijk.